KLAAR VOOR DE SWIMCUP
De één won ooit Olympisch zwemgoud, de ander droomt er heel stiekem van. Ook vertrouwen ze elkaar door en door. Het is eigenlijk logisch: het zijn moeder en dochter, respectievelijk Jolanda de Rover en Kira Toussaint. Laatstgenoemde moet van donderdag tot en met zondag (25-28 maart) vlammen op de Swimcup. En moeder De Rover zal er “natuurlijk” bij zijn. Dochter Toussaint kan zich immers kwalificeren voor de Europese jeugdkampioenschappen. Overigens won ‘dochterlief’ eind vorig jaar al zilver en goud. Als 15-jarige bij de senioren wel te verstaan...
Het was weer vroeg vanmorgen voor Toussaint. Drie maal per week staat ze ’s ochtends om 5.15 uur naast haar bed, op zaterdag is dat zelfs om 4.45 uur. Er moet getraind worden. De Amstelveense is er inmiddels aan gewend. Twintig uur per week ligt ze in het bad. En dat is niet tussen schuim en de badeendjes maar in het Sloterparkbad in Amsterdam. Daar, in het dichtstbijzijnde wedstrijdbad, bikkelt de Amstelveense week in, week uit. “Ik begon drie jaar geleden met vijf uur in de week, daarna liep dat al snel op tot vijf, negen en nu dus twintig uur per week,” aldus de goedlachse Toussaint.
Een vriend heeft ze niet. “Dat zou best wel kunnen, hoor. Maar nee.” School? Toussaint is net gestopt met het VWO. Te druk met zwemmen. De Keizer Karel College-scholiere ‘doet’ nu HAVO. “Ik mis op maandag, woensdag en vrijdag het eerste uur. Op dinsdag ga ik drie uur eerder weg. Dan moet ik altijd een te-laat-briefje halen, maar consequenties heeft dat nooit. Ze weten dat ik moet zwemmen.” Na haar school wil ze een opleiding fysiotherapie of diptiek gaan doen. De kennis die ze daar opdoet kan ze mooi gebruiken bijn het wedstrijdzwemmer.
De Swimcup van deze week is voor Toussaint (voorlopig) de belangrijke wedstrijd in haar agenda. “Ik moet daar de Europese jeugdkampioenschappen halen. Ik moet er half juli in Finland bij zijn.” Moeder De Rover is er deze week natuurlijk ook bij. Pas twee keer moest ze een wedstrijd van haar dochter afzeggen. En denk niet dat moeders als een ‘dwaas’ langs het bad staat. De Rover is geen papa Krajicek of Agassi. “Haar trainers moeten het doen.” Ook heeft ze eerder haar dochter “bewust” op andere sporten als judo en atletiek gedaan. Toen Toussaint als enige meisje bij het judo overbleef, stopt ze. En bij atletiekvereniging Startbaan wilde ze geen spelletjes doen, maar rondjes lopen. De Rover: “Maar ik heb wel zoiets, dat als ze iets doet, ze er wel voor moet gaan. En dat doet ze. Eigenlijk is het opstaan ook nooit een probleem...”
Toussaint, in januari door de gemeente Amstelveen nog uitgeroepen tot ‘Talent van het Jaar’, wordt getraind door toptrainer Henk Elzerman. Haar begeleider is Sjoerd Post. Haar moeder neemt wel eens de training over. “En dan merk ik, dat ik strenger ben tegen mijn eigen kind.” Dochterlief is er nog langer niet. En dat weet ze zelf ook wel. “Ik heb een grotere longinhoud nodig. En ik moet sterker worden.” Eind vorig jaar liep Toussaint, door overbelasting, zelfs vier maanden met een schouderblessure rond. Haar moeder: “Zwemmen is heel veel van dezelfde bewegingen. Kira heeft nu gelukkig preventieve oefeningen om zoiets te voorkomen.” Dat is krachttraining, maar ook een wekelijks bezoek aan de fysiotherapeut “om de boel los te gooien.”
Opvallend wat dat betreft is dat De Rover haar Olympische medailles zonder enige krachttraining behaalde. “Ik vond het niet leuk en zag er het nut niet van in.” Over de andere verschillen tussen ‘toen’ en ‘nu’, zegt ze: “Wij trainden slechts tien uur per week. En wij hadden veel meer duurtrainingen. Het was duur, duur en nog eens duur. Vandaar wellicht dat ik beter was op de 200 meter rugslag en Kira op de 100 meter. Zij doet toch twee keer per week aan sprinttraining.”
De belangrijkste medailles die dochter behaalde, waren het zilver op de 100 meter rug plus het brons op de 200 meter rug, beiden bij de senioren, afgelopen december. “Maar ook het goud op de estafette, was toch wel belangrijk,” bedenkt Toussaint zich. Ze zwom als jonkie samen met twee Europees kampioenen en een Olympisch kampioen, respectievelijk Nijhuis, De Groot en Heemskerk. Laatstgenoemde kan zondag overigens wel eens een heel oud record gaan breken. Al ruim 25 jaar heeft De Rover de beste tijd op de 200 meter rugslag op haar naam staan: 2.12.38. “Het is langste record op een Olympische afstand,” lacht De Rover. “Maar het zou zondag wel eens door Femke Heemskerk kunnen worden gebroken. Ik gun het haar wel, maar in wezen slaat het natuurlijk nergens op. Ruim 25 jaar...”
De oorzaak van dit historische record ligt in het feit dat de 200 meter rug nou niet bepaald een populaire afstand is. Toussaint: “Je kan het vergelijken met de 1500 meter schaatsen. Je gaat gewoon dood.” De Rover: Vroeger kwam ik maar moeilijk op gang, maar mijn laatste baan was altijd heel goed. En dan heb je nu zelfs de keerpunten met een koprol, zonder aan te tikken dus. Ook had je vroeger geen wedstrijdpakken."
Dochter Toussaint gaapt. Het is ook de hoogste tijd. De grote wijzer van de klok is net de negen gepasseerd; ze heeft er die dag al weer al zestien uur opzitten. Donderdag wacht de 50 meter rug, vrijdag de 100 meter, de dag erop de 200 meter wissel en tot slot, op de laatste dag de 200 meter rug. Moeder en dochter. Twee toppers. Als ze maar niet teveel vergeleken worden. Toch: hun zwemtechniek loopt redelijk parallel, hun talenten ook. Maar De Rover pakte twaalf nationale titels en vijf medailles op diverse Europese- en wereldkampioenschappen. Ook werd ze winnares op de 200 meter rug op de Spelen van 1984. Een erelijst om van te smullen. Toussaint moet het allemaal nog maar bewijzen. Bedtijd, dus.
FOTO'S: Kimon Inglessis (www.amsterdamman.com)





